Samenvatting:
Hilmer Eriksson is zestien jaar als hij wordt vermist. Op de Zaterdagavond kwam hij niet aan bij zijn vriendin Ellen. De ouders van Ellen en de ouders van Hilmer zijn doodongerust. Niemand weet wat er gebeurd zou kunnen zijn. Hilmer lijkt van de aardbodem verdwenen te zijn. Zijn lichaam is onvindbaar.
Hilmer heeft eerst iet door dat hij wordt vermist, want hij gat gewoon naar school. Als niemand hem hoort en ziet, begint er iets bij hem te dagen. Zijn gevoel wordt bevestigd wanneer politierechercheur Harold Fors de klas binnen komt stappen en aan de klas mededeelt dat Hilmer sinds Zaterdag avond wordt vermist. Die dag worden er veel ondervragen gedaan bij klasgenoten, vrienden en bij personeel van de school van Hilmer. Alles wordt uitgepluist, tot het laatste detail. Alle mogelijkheden worden gebruikt, maar de burgemeester van het rustige dorp helpt niet echt mee, nogwel dat hij wel degelijk iets heeft gezien wat heel belangrijks is. Het zijn de mogelijke daders. Na verder onderzoek bij de leiding van de school, wordt er duidelijk dat hier een groep van 3 jongeren de school bedondert. Het zijn drie vrij asociale jongeren die allerlei oorlogstekens op de eigendommen van de school kladdert. Onder andere hakenkruizen en speciale afkortingen. Hilmer heeft meet een van de 'leden' van dt groepje vlak voor de verdwijning een flinke ruzie gehad. Nou blijkt dat de burgemeester deze jongeren ook heeft herkend, toen hij op Zaterdagavond in zijn zomerhuis aan de rand van het dorp de muren aan het behangen was, en veel lawaai hoorde van buiten, een meter of honderd van het huisje vandaan. Het is hetzelfde groepje dat criminele handelingen op school doet. Als er op de Dinsdag na het verdwijningsweekend het lichaam word gevonden van Hilmer vallen alle puzzelstukjes in elkaar. Hij werd namelijk gevonden op de plek niet heel ver vandaan waar de drie criminele jongeren hebben gezeten. Zij worden verdacht van de verdwijning. Hilmer werd dus gevonden, hij was zwaar toegetakeld, hij leefde nog wel, maar hij was buiten bewustzijn en erg onderkoeld. Hij wordt naar het ziekenhuis gebracht en meteen geopereerd. De schade aan zijn lichaam is niet te beschrijven: vrijwel alles is beschadigd, en het is nog maar de vraag of hij nog redelijk kan herstellen. Dit is jammer genoeg niet gelukt, hij overleed de dag nadat hij gevonden en dus ook geopereerd was. Zijn ouders zijn kapot van verdriet, en ook de ouders van zijn vriendin Ellen en zijzelf zijn kapot van verdriet. Het is allemaal nog niet voorbij: De daders worden verhoort, maar ze kunnen nog niet worden veroordeeld, want er zijn geen echt bewijzen, die duidelijk maken dat deze drie mensen de daders zullen zijn. Harald Fors is hier sterk van overtuigd, maar zijn mede politie medewerkers geloven ook dat zij de daders zijn, maar ze zeggen dat er te weinig bewijzen zijn. Later worden ze toch nog veroordeeld door de jeugdrechter, want er kwamen bewijzen.
Dit alles heeft Hilmer mee kunnen maken, dit omdat zijn geest zeg maar los uit zijn lichaam was geraakt, en hij alles dus vanaf het begin heeft kunnen meemaken.
Schrijver:
Hij is geboren op 10 mei 1945 in Malmö, Sweden. Hij groeide op in Gotland waar hij aan de universiteit pedagogiek, literatuurgeschiedenis en sociale antropologie. Het publiceerde zijn eerste boek in 1988 en heeft in totaal zeven boeken geschreven en in 1991 begon men met het vertalen van zijn boeken naar het Nederlands. Hij schrijft onder meer over inspecteur Fors. Een karakter dat terugkeert in meerdere boeken en ook voorkomt in zoek. Naast schrijven geeft hij les aan kinderen met problemen, publiceert hij wetenschappelijke artikelen en maakt hij jeugdseries voor de Zweedse televisie.
Schrijfstijl:
Het boek word geschreven in de derde persoon want Himler kijkt naar wat inspecteur Fors allemaal doet. Hij beschrijft veel van Fors uitdrukkingen, wat hij allemaal doet, waar hij heen gaat.
Recensies:
Leestafel.info
Krimi voor de jeugd staat er. Er zijn momenten dat je bijna zou vergeten dat het voor de jeugd geschreven is, het is een akelig realistisch onderwerp, maar er worden wel dingen uitgelegd waar dat voor volwassenen niet nodig zou zijn. Verzwegen wordt er niet veel, al denk ik dat het lugubere van het verhaal wel verder uitgesponnen zou worden in een volwassen versie.
Het verhaal:
Een 16-jarige jongen wordt vermist, en de politie-inspecteur die het onderzoek leidt ontdekt dat er in zijn klas een paar jongeren zitten met racistische neigingen. Een van hen, Anneli, sympathiseert met de neonazi's, en ze heeft grote invloed op de twee jongens. Fors, de inspecteur, praat met klasgenoten, met de rector en diens secretaresse, met de vriendin van Hilmer, en met de verdachte jongeren. Hij hoort over meerdere gevallen van graffiti met hakenkruizen op school. De rector had daar geen politie bij geroepen...
Hij ontdekt dat Anneli Hilmer bedreigd had, omdat hij haar betrapt had toen ze een allochtone jongen trapte.
Als hij hoort dat de drie probleemjongeren een hangplek hebben precies langs het pad waar Hilmer het laatst gezien was, is zijn conclusie de juiste: hij laat het bos uitkammen, met een speurhond.
Wat het boek een extra dimensie meegeeft is dat Hilmer zelf een rol speelt: hij is een onzichtbare aanwezigheid. Hij probeert contact te maken met Fors, maar dat kan hij niet. Is hij een geest en dus dood? Langzaam worden er meer details verteld over zijn uiterlijk, maar duidelijkheid krijgen we pas als hij gevonden wordt.
Een gruwelijk verhaal, dat helaas zo maar zo gebeuren kan.
Leesfeest.nl
Wahl is kort van stof; hij beschrijft de gebeurtenissen in korte zinnen met veel dialogen en weinig emoties. De vraaggesprekken die Fors voert, doen denken aan een pingpongspel; korte vragen die teruggeketst worden door korte antwoorden, maar wel de kern van het gesprek raken. Het lijkt alsof je zelf in die verhoorkamer tegenover een achterdochtige inspecteur zit, die het je erg moeilijk maakt.
‘Zoek’ is geen gewone detective, waarbij de dader op de laatste bladzijden wordt ontmaskerd. Het is eerder een verontrustend verhaal over de gevaren van wat haat met mensen kan doen. Een beetje zielig, maar vooral beklemmend en spannend.
Mijn recensie:
Ik vond het een intressant boek dat me echt vasthield. Het verhaal is zeer goed bedacht en bevat geen slappe hints zoals meeste detective series, maar zorgt echt voor een goeie opbouw en opbouwende spanning. Je word ook erg aan het denken gezet over wat er met Himler kan zijn gebeurd en waarom het Himler is overkomen. Erg tevreden over alles dat dit boek heeft geboden.
zondag 8 maart 2015
Problemski Hotel
Samenvatting:
We kijken mee over de schouder van een fotograaf, Bipul Masli. Hij staat op het punt om dé foto te gaan maken die zijn carrière zal maken, van een stervend jongetje. Hij heeft één kleurenrolletje bij zich, terwijl hij normaal gesproken eigenlijk altijd zwart-wit foto’s maakt. Hij mist alleen één ingrediënt voor de perfecte foto: vliegen.
Ergens tussen Dwingeland en Engeland
Bipul zit samen met andere vluchtelingen verstopt in een container maar ze worden gevonden door de politie. Ze worden overgebracht naar een asielzoekerscentrum in België. Hier krijgen ze ieder 1500 punten toebedeeld om levensmiddelen van te kopen. Iedere week mogen ze eenmaal per week naar de vestiaire om bijvoorbeeld een muts te kopen voor 25 punten.
Niemand kapt zoals kapster Ramona kapt
Rajib, een mede-asielzoeker, brengt een bezoek aan de kapster. Eens in de zoveel tijd kun je bij de receptie een bonnetje krijgen dat recht geeft op een knipbeurt in kapsalon Ramona. Ramona is tevens de kapster. Ze is dik en ze stinkt. In de kapsalon zijn nog meer klanten aanwezig en Rajib voelt hoe ze hem bekijken en verstaat de taal goed genoeg om de beledigingen te begrijpen.
Ribbedebie is Cherribi
Cherribi, ook een mede-asielzoeker, heeft besloten om de oversteek naar Engeland te wagen. Op het nieuws horen ze in het asielzoekerscentrum dat er een container is onderschept onderweg naar Ierland met acht dode vluchtelingen aan boord. Gelukkig ontvangen ze een telefoontje van Cherribi; hij is in de verkeerde container gestapt en zit nu in Spanje.
Inburgeringsoefening No 174 BLZ18: ‘Roger Van de Velde vertelt een mop op café’
In het voetbalteam van Lode speelt sinds kort een neger mee. Lode probeert te achterhalen of het echt zo is dat negers een langere penis hebben en tijdens het douchen ziet hij dat dit inderdaad het geval is. Voor hij het wist vroeg hij: ‘Hoe komt het toch dat negers zo’n lange hebben?’
De neger legt hem uit dat hij een baksteen aan zijn penis moet binden om ‘m uit te rekken. Lode doet dit en na een week vraagt de neger naar de vorderingen.
‘Hij is nog geen centimeter gegroeid, maar hij ziet wel al zwart.’
De kamergenoot van Bipul is Igor, een Oekraïner en profbokser. Igor zegt niet veel, en wat hij zegt is in gebrekkig Frans. Niemand weet precies waarom hij asiel heeft aangevraagd. Bipul durft pas te gaan slapen wanneer Igor slaapt.
Geen enkel geluk ontslaat de mens van zijn verdriet
Lídia wordt geïntroduceerd. Ook zij verblijft in het asielzoekerscentrum. Ze is nog minderjarig en alleen vertrokken uit haar moederland. Bipul is gefascineerd door haar, en hoewel hij haar vader had kunnen zijn belanden ze samen in bed.
Schaken voor gevorderden
Bipul speelt een potje schaak met Shaukat, een mede-asielzoeker. Shaukat is niet erg populair onder de andere asielzoekers omdat hij zijn vrouw sloeg en ze niet geloven dat hij echt een politieke vluchteling is. Bipul wint het potje schaak maar krijgt van Shaukat niet de beloofde sigaretten.
Igor krijgt post, de uitslag van zijn asielaanvraag. In de brief staat dat zijn asielaanvraag is geweigerd; binnen vijf dagen moet hij het land verlaten. Omdat ze niet perfect Nederlands kunnen lezen en er geen tolk beschikbaar is moeten ze de brief met een woordenboek woord voor woord vertalen.
Almanak der malcontenten
Bipul kan niet slapen door het lawaai. De moslims in het asielzoekerscentrum houden ramadan en leven daarom nu ’s nachts. Met de muziek aan.
Slapelozen voeren gesprekken die slapers niet kennen
Bipul speelt met een van de mede-asielzoekers, Maqsood, een spelletje. Ze spreken niet dezelfde taal dus Bipul snapt niks van het spelletje. Hij verliest dan ook en moet zeven sigaretten aan Maqsood geven.
Onze triestige kinderen zijn de toekomst
Een jongetje, Stipe, is voor het eerst naar school geweest. Hij kon de lessen moeilijk volgen omdat hij de taal niet verstaat. Toch kwam hij blij terug; ze hadden samen zijn verjaardag gevierd. Volgens Vlaamse traditie, zo hadden ze hem wijsgemaakt, die bestond uit het schrijven van wensen op de buik van de jarige. Bipul leest de wensen: ‘smerige makkak, keer terug naar je land.’
Maqsood heeft de oplossing gevonden voor het krijgen van een verblijfsvergunning: hij moet trouwen met een Belgische vrouw. Hij vraagt Bipul mee om in de discotheek, waar ze één keer per maand naartoe mogen, op zoek te gaan naar een vrouw. Dit loopt niet helemaal zoals ze willen. Ze komen bijna de discotheek niet binnen, moeten betalen om te plassen, en vinden geen vrouw.
Iedereen heeft de pik op Ifeanyi Akwuegbu. De bewoners van het asielzoekerscentrum mogen gebruik maken van leenfietsen. Maar doordat Ifeanyi geen fatsoenlijke bocht kan fietsen en een gevaar is op de weg, moeten ze allemaal een verkeersexamen afleggen.
Bipul luistert mee met een gesprek dat Lídia voert met haar moeder, die nog woont op de grens tussen Illyrië en Pelasgië. Lídia liegt tegen haar moeder dat alles goed gaat, dat ze in Londen zit en werk heeft gevonden. Haar moeder is dement en vertelt een stuk of vier keer dat haar neef ook gaat vluchten en dat ze zal zeggen dat het goed gaat met Lídia.
Weinig gaat er boven een ongelukkig huwelijk
Maqsood heeft een nieuw plan bedacht: hij gaat naar een vrijgezellenavond in Danszaal Casanova. Maar ook dit is geen succes. Hij besluit daarom een contactadvertentie te plaatsen.
Lídia vertelt Bipul dat ze de oversteek naar Engeland wil gaan wagen en vraagt Bipul met haar meegaat. Bipul kan niet begrijpen dat ze hem, een oude vent, meevraagt. Daarnaast heeft hij zo zijn bedenkingen bij deze onderneming en de risico’s die het met zich meebrengt.
Sedi, een mede-asielzoeker, heeft zelfmoord gepleegd. Sedi deelde zijn kamer met Pius, die nu het geluk heeft dat hij tijdelijk een kamer voor zichzelf heeft. De bezigheid die Pius zichzelf heeft aangemeten om de verveling tegen te gaan is het schrijven van een soort reisgids over het asielzoekerscentrum: “the Lovely Planet’s Guide Problemski Hotel.” Hierin vernoemt hij onder andere op welke plaatsen in het centrum je het meeste aantal uren zon hebt.
Martina, een mede-asielzoeker, is verkracht en wil haar baby niet. Ze is al zeven maanden onderweg dus abortus is geen optie. Ze besluiten Martina in het geheim te laten bevallen en Igor het kind te laten vermoorden. Igor kan dit echter niet en laat Martina het zelf doen. Bij de receptie melden ze dat het kind doodgeboren is.
De mop uit Inburgeringsoefening No 174BLZ18: ‘Roger Van de Velde vertelt een mop op café’ wordt nogmaals verteld, maar dan in spreektaal.
Het is kerst. Ze hebben die ochtend Sedi en het kind van Martina begraven. Lídia is vertrokken zonder Bipul en vaart nu op zee. Bipul maakt zich zorgen over haar.
Een persfotograaf komt langs bij het asielzoekerscentrum om foto’s van de bewoners te maken. Bipul irriteert zich aan de fotograaf en wil eigenlijk liever niet op de foto. De fotograaf doet er enorm lang over om een foto te maken en Bipul vraagt zich af of hij wacht tot er een vlieg op zijn hoofd landt.
In het nawoord bedankt Dimitri Verhulst het Arendonkse asielcentrum Totem, waar hij enkele dagen heeft verbleven om dit boek te kunnen schrijven.
De Schrijver:
Dimitri Verhulst is geboren op 2 oktober 1972 en hij heeft zijn eerste boek uitgebracht in 1992. Het boek heette Assevrijdag. In totaal heeft hij volgens google+ zeventien boeken gepubliceerd. Hij komt uit Vlaanderen en is geboren in Aalst een stadje ten noorden van Brussel.
Schrijfstijl:
Dimitri Verhulst schrijft erg to the point. Weinig omschrijvingen van de omgeving of van de personages. Maar toch geeft hij je precies genoeg informatie om een levendig beeld te schetsen in je gedachten. Het is een Vlaamse schrijver, wat je merkt aan zijn taalgebruik. Maar persoonlijk stoort dit me niet en ik begreep alles ook goed.
Recensies:
Vluchten kan nog best
Romans van Karel Glastra van Loon en Dimitri Verhulst over vluchtelingen
Vrijdag 7 november 2003 door Arjen Fortuin
Valt de wereld te verbeteren met literatuur? Een roman over Birmese vluchtelingen in Thailand, en een over asielzoekers in België, zoeken naar het beste middel om de wereld op te schudden: feit of fictie.
(volledige recensie)
http://nrcboeken.vorige.nrc.nl/recensie/vluchten-kan-nog-best
'U mag gerust Bopul Muesli zeggen'
Jonathan Huseman − 13/09/03, 00:00
RECENSIE Wachten, wachten, wachten. Op een beslissing die na jaren in je nadeel uitvalt. Dat is het levenslot van de meeste asielzoekers. De Vlaming Dimitri Verhulst schreef een indringende, cynische novelle over het leven in een asielzoekerscentrum: 'Problemski hotel'. Het barst van de venijnige, pijnlijke zinnen. Zo verwoordt Verhulst met acht woorden haarscherp het onderscheid tussen 'economische' en 'politieke' vluchtelingen: ,,Van armoe mag je sterven, van kogels niet.'
(volledige recensie)
http://www.trouw.nl/tr/nl/4512/Cultuur/article/detail/1766265/2003/09/13/U-mag-gerust-Bopul-Muesli-zeggen.dhtml
Het boek heeft een fantastisch verhaal. In de samenleving waarin wij vandaag leven is het huisvesten en onderhouden van asielzoekers een behoorlijk gedoe en kun je er zeker van zijn dat niet iedereen het er mee eens is. Dit boek bevat net genoeg detail om alles te kunnen inbeelden en het is daarom dus niet een te groot boek. Het is een verhaal voor zowel kinderen als volwassenen en kan op een bepaalde manier toch meewerken om de belangstelling voor het onderwerp te vergroten en kan emoties oproepen vanwege de verhalen van deze mensen.
We kijken mee over de schouder van een fotograaf, Bipul Masli. Hij staat op het punt om dé foto te gaan maken die zijn carrière zal maken, van een stervend jongetje. Hij heeft één kleurenrolletje bij zich, terwijl hij normaal gesproken eigenlijk altijd zwart-wit foto’s maakt. Hij mist alleen één ingrediënt voor de perfecte foto: vliegen.
Ergens tussen Dwingeland en Engeland
Bipul zit samen met andere vluchtelingen verstopt in een container maar ze worden gevonden door de politie. Ze worden overgebracht naar een asielzoekerscentrum in België. Hier krijgen ze ieder 1500 punten toebedeeld om levensmiddelen van te kopen. Iedere week mogen ze eenmaal per week naar de vestiaire om bijvoorbeeld een muts te kopen voor 25 punten.
Niemand kapt zoals kapster Ramona kapt
Rajib, een mede-asielzoeker, brengt een bezoek aan de kapster. Eens in de zoveel tijd kun je bij de receptie een bonnetje krijgen dat recht geeft op een knipbeurt in kapsalon Ramona. Ramona is tevens de kapster. Ze is dik en ze stinkt. In de kapsalon zijn nog meer klanten aanwezig en Rajib voelt hoe ze hem bekijken en verstaat de taal goed genoeg om de beledigingen te begrijpen.
Ribbedebie is Cherribi
Cherribi, ook een mede-asielzoeker, heeft besloten om de oversteek naar Engeland te wagen. Op het nieuws horen ze in het asielzoekerscentrum dat er een container is onderschept onderweg naar Ierland met acht dode vluchtelingen aan boord. Gelukkig ontvangen ze een telefoontje van Cherribi; hij is in de verkeerde container gestapt en zit nu in Spanje.
Inburgeringsoefening No 174 BLZ18: ‘Roger Van de Velde vertelt een mop op café’
In het voetbalteam van Lode speelt sinds kort een neger mee. Lode probeert te achterhalen of het echt zo is dat negers een langere penis hebben en tijdens het douchen ziet hij dat dit inderdaad het geval is. Voor hij het wist vroeg hij: ‘Hoe komt het toch dat negers zo’n lange hebben?’
De neger legt hem uit dat hij een baksteen aan zijn penis moet binden om ‘m uit te rekken. Lode doet dit en na een week vraagt de neger naar de vorderingen.
‘Hij is nog geen centimeter gegroeid, maar hij ziet wel al zwart.’
De kamergenoot van Bipul is Igor, een Oekraïner en profbokser. Igor zegt niet veel, en wat hij zegt is in gebrekkig Frans. Niemand weet precies waarom hij asiel heeft aangevraagd. Bipul durft pas te gaan slapen wanneer Igor slaapt.
Geen enkel geluk ontslaat de mens van zijn verdriet
Lídia wordt geïntroduceerd. Ook zij verblijft in het asielzoekerscentrum. Ze is nog minderjarig en alleen vertrokken uit haar moederland. Bipul is gefascineerd door haar, en hoewel hij haar vader had kunnen zijn belanden ze samen in bed.
Schaken voor gevorderden
Bipul speelt een potje schaak met Shaukat, een mede-asielzoeker. Shaukat is niet erg populair onder de andere asielzoekers omdat hij zijn vrouw sloeg en ze niet geloven dat hij echt een politieke vluchteling is. Bipul wint het potje schaak maar krijgt van Shaukat niet de beloofde sigaretten.
Igor krijgt post, de uitslag van zijn asielaanvraag. In de brief staat dat zijn asielaanvraag is geweigerd; binnen vijf dagen moet hij het land verlaten. Omdat ze niet perfect Nederlands kunnen lezen en er geen tolk beschikbaar is moeten ze de brief met een woordenboek woord voor woord vertalen.
Almanak der malcontenten
Bipul kan niet slapen door het lawaai. De moslims in het asielzoekerscentrum houden ramadan en leven daarom nu ’s nachts. Met de muziek aan.
Slapelozen voeren gesprekken die slapers niet kennen
Bipul speelt met een van de mede-asielzoekers, Maqsood, een spelletje. Ze spreken niet dezelfde taal dus Bipul snapt niks van het spelletje. Hij verliest dan ook en moet zeven sigaretten aan Maqsood geven.
Onze triestige kinderen zijn de toekomst
Een jongetje, Stipe, is voor het eerst naar school geweest. Hij kon de lessen moeilijk volgen omdat hij de taal niet verstaat. Toch kwam hij blij terug; ze hadden samen zijn verjaardag gevierd. Volgens Vlaamse traditie, zo hadden ze hem wijsgemaakt, die bestond uit het schrijven van wensen op de buik van de jarige. Bipul leest de wensen: ‘smerige makkak, keer terug naar je land.’
Maqsood heeft de oplossing gevonden voor het krijgen van een verblijfsvergunning: hij moet trouwen met een Belgische vrouw. Hij vraagt Bipul mee om in de discotheek, waar ze één keer per maand naartoe mogen, op zoek te gaan naar een vrouw. Dit loopt niet helemaal zoals ze willen. Ze komen bijna de discotheek niet binnen, moeten betalen om te plassen, en vinden geen vrouw.
Iedereen heeft de pik op Ifeanyi Akwuegbu. De bewoners van het asielzoekerscentrum mogen gebruik maken van leenfietsen. Maar doordat Ifeanyi geen fatsoenlijke bocht kan fietsen en een gevaar is op de weg, moeten ze allemaal een verkeersexamen afleggen.
Bipul luistert mee met een gesprek dat Lídia voert met haar moeder, die nog woont op de grens tussen Illyrië en Pelasgië. Lídia liegt tegen haar moeder dat alles goed gaat, dat ze in Londen zit en werk heeft gevonden. Haar moeder is dement en vertelt een stuk of vier keer dat haar neef ook gaat vluchten en dat ze zal zeggen dat het goed gaat met Lídia.
Weinig gaat er boven een ongelukkig huwelijk
Maqsood heeft een nieuw plan bedacht: hij gaat naar een vrijgezellenavond in Danszaal Casanova. Maar ook dit is geen succes. Hij besluit daarom een contactadvertentie te plaatsen.
Lídia vertelt Bipul dat ze de oversteek naar Engeland wil gaan wagen en vraagt Bipul met haar meegaat. Bipul kan niet begrijpen dat ze hem, een oude vent, meevraagt. Daarnaast heeft hij zo zijn bedenkingen bij deze onderneming en de risico’s die het met zich meebrengt.
Sedi, een mede-asielzoeker, heeft zelfmoord gepleegd. Sedi deelde zijn kamer met Pius, die nu het geluk heeft dat hij tijdelijk een kamer voor zichzelf heeft. De bezigheid die Pius zichzelf heeft aangemeten om de verveling tegen te gaan is het schrijven van een soort reisgids over het asielzoekerscentrum: “the Lovely Planet’s Guide Problemski Hotel.” Hierin vernoemt hij onder andere op welke plaatsen in het centrum je het meeste aantal uren zon hebt.
Martina, een mede-asielzoeker, is verkracht en wil haar baby niet. Ze is al zeven maanden onderweg dus abortus is geen optie. Ze besluiten Martina in het geheim te laten bevallen en Igor het kind te laten vermoorden. Igor kan dit echter niet en laat Martina het zelf doen. Bij de receptie melden ze dat het kind doodgeboren is.
De mop uit Inburgeringsoefening No 174BLZ18: ‘Roger Van de Velde vertelt een mop op café’ wordt nogmaals verteld, maar dan in spreektaal.
Het is kerst. Ze hebben die ochtend Sedi en het kind van Martina begraven. Lídia is vertrokken zonder Bipul en vaart nu op zee. Bipul maakt zich zorgen over haar.
Een persfotograaf komt langs bij het asielzoekerscentrum om foto’s van de bewoners te maken. Bipul irriteert zich aan de fotograaf en wil eigenlijk liever niet op de foto. De fotograaf doet er enorm lang over om een foto te maken en Bipul vraagt zich af of hij wacht tot er een vlieg op zijn hoofd landt.
In het nawoord bedankt Dimitri Verhulst het Arendonkse asielcentrum Totem, waar hij enkele dagen heeft verbleven om dit boek te kunnen schrijven.
De Schrijver:
Dimitri Verhulst is geboren op 2 oktober 1972 en hij heeft zijn eerste boek uitgebracht in 1992. Het boek heette Assevrijdag. In totaal heeft hij volgens google+ zeventien boeken gepubliceerd. Hij komt uit Vlaanderen en is geboren in Aalst een stadje ten noorden van Brussel.
Schrijfstijl:
Dimitri Verhulst schrijft erg to the point. Weinig omschrijvingen van de omgeving of van de personages. Maar toch geeft hij je precies genoeg informatie om een levendig beeld te schetsen in je gedachten. Het is een Vlaamse schrijver, wat je merkt aan zijn taalgebruik. Maar persoonlijk stoort dit me niet en ik begreep alles ook goed.
Recensies:
Vluchten kan nog best
Romans van Karel Glastra van Loon en Dimitri Verhulst over vluchtelingen
Vrijdag 7 november 2003 door Arjen Fortuin
Valt de wereld te verbeteren met literatuur? Een roman over Birmese vluchtelingen in Thailand, en een over asielzoekers in België, zoeken naar het beste middel om de wereld op te schudden: feit of fictie.
(volledige recensie)
http://nrcboeken.vorige.nrc.nl/recensie/vluchten-kan-nog-best
'U mag gerust Bopul Muesli zeggen'
Jonathan Huseman − 13/09/03, 00:00
RECENSIE Wachten, wachten, wachten. Op een beslissing die na jaren in je nadeel uitvalt. Dat is het levenslot van de meeste asielzoekers. De Vlaming Dimitri Verhulst schreef een indringende, cynische novelle over het leven in een asielzoekerscentrum: 'Problemski hotel'. Het barst van de venijnige, pijnlijke zinnen. Zo verwoordt Verhulst met acht woorden haarscherp het onderscheid tussen 'economische' en 'politieke' vluchtelingen: ,,Van armoe mag je sterven, van kogels niet.'
(volledige recensie)
http://www.trouw.nl/tr/nl/4512/Cultuur/article/detail/1766265/2003/09/13/U-mag-gerust-Bopul-Muesli-zeggen.dhtml
Het boek heeft een fantastisch verhaal. In de samenleving waarin wij vandaag leven is het huisvesten en onderhouden van asielzoekers een behoorlijk gedoe en kun je er zeker van zijn dat niet iedereen het er mee eens is. Dit boek bevat net genoeg detail om alles te kunnen inbeelden en het is daarom dus niet een te groot boek. Het is een verhaal voor zowel kinderen als volwassenen en kan op een bepaalde manier toch meewerken om de belangstelling voor het onderwerp te vergroten en kan emoties oproepen vanwege de verhalen van deze mensen.
zaterdag 7 maart 2015
Een vlucht regenwulpen

Samenvatting:
Maarten weet al vanaf de kleuterklas wat hij wil worden: bioloog. Zijn vader is tuinder en staat erop dat als Maarten klaar is met school hij de onderneming van zijn vader overneemt. Maarten weigert dit en staat erop dat hij na zijn school een studie mag gaan doen. De vader van Maarten is helemaal niet blij met Maarten zijn keuze voor een studie. Het gezin van Maarten is streng gelovig waardoor ze een wetenschappelijke studie als biologie eigenlijk helemaal niet zien zitten.
Maarten groeit op in een dorpje waar verder weinig andere mensen zijn. Van zijn verleden voor zijn basisschoolperiode weet hij bijna niks meer. Het enige wat hij weet is dat hij zijn amandelen moest laten knippen op het dorpsplein. Hij was nog nooit op het plein geweest en wist niet eens wat een plein was en zijn eerste ervaring met het plein was dan ook een slechte ervaring.
Al vanaf de kleuterklas leidt Maarten een eenzaam leven. Het liefste is hij alleen bezig met zijn eigen zaken en heeft hij het liefste dat anderen niet met hem bemoeien. Zijn hele basisschoolperiode brengt hij dan ook praktisch eenzaam door.
Als hij naar de middelbare school gaat verandert er nog niet erg veel in zijn leven aangezien hij nog net zo eenzaam is als eerst. Toch verandert er één klein ding: Maarten wordt verliefd op zijn klasgenoot Martha. In zijn ogen is Martha een onbereikbaar meisje met wie hij toch nauwelijks contact kan leggen, dus hij houdt haar zoveel mogelijk op afstand. Ondanks de afstand fantaseert Maarten wel regelmatig over haar en ziet hij al een leven met haar voor zich.
Na zijn middelbare school gaat hij biologie studeren met de richting celbiologie. Zijn vader is dan nog in leven, maar vlak na zijn toelatingsexamen overlijdt zijn vader. De vader van Maarten is nog steeds niet blij met de studiekeuze en geeft Maarten het gevoel dat hij zijn studie toch niet gaat halen. Aangezien Maarten helemaal klaar is met de kerk en het grote onzin vindt, besluit hij om toch zijn studie biologie te gaan doen. Vervolgens gaat Maarten bij zijn moeder wonen die vervolgens ook weer overlijdt aan keelkanker. Vanaf dan is Maarten wees en staat hij er alleen voor. De enige personen die hij nog in zijn leven had zijn gestorven waardoor Maarten zich alleen maar eenzamer gaat voelen.
Maarten blijft nog een lange tijd met de dood van zijn ouders zitten en krijgt zelfs een dwanggedachte over de dood. Een gedachte vertelt hem dat hij nog maar twee weken te leven heeft. Maarten probeert er in die laatste weken nog alles in te halen wat er in zit en probeert zoveel mogelijk leuke dingen te doen.
Om afleiding te zoeken besluit hij om naar zijn laboratorium te gaan. Hier wil hij uitzoeken of hij een kloon van mensen kan maken. Voor Maarten is het een teken van strijd: Maarten is helemaal klaar met het geloof en de kerk en wil iets doen wat tegen de gewoontes van de kerk is. Hij staat er dus op om van één klein celletje een heel mens te kunnen kloneren.
In die twee weken wordt Maarten ook uitgenodigd op een congres in Bern. Hij besluit naar Zwitserland te vertrekken en bij zijn collega’s Ernst en Adriana in te trekken. Hij heeft het erg naar zijn in in Bern, totdat Ernst en Adriana besluiten om een wandeltocht door de bergen te maken. Tijdens deze wandeltocht valt Maarten en zit hij naar zijn idee op de rand van de dood. Met veel bloedingen weet hij er uiteindelijk goed vanaf te komen.
Tijdens een schoolreünie voordat hij naar Zwitserland vertrok heeft Maarten nog de zus van Martha ontmoet. Hij vond de zus van Martha onwijs veel op Martha lijken en dacht eerst dat het Martha zelf was. Omdat Martha nog steeds zijn grote liefde is, hoopte hij via contact met de zus van Martha uiteindelijk met Martha contact te krijgen. Maarten had dan nog ook een afspraak met de zus van Martha staan. Via een ansichtkaart laat hij de zus van Martha weten dat hij de afspraak af wil zeggen.
Die nacht heeft Maarten koorts en droomt hij in zijn koortsbui over Martha. Hij ziet Martha voor zich en wordt er helemaal blij van. Tijdens die droom besluit Maarten dat hij niet meer moet proberen om zijn isolement te doorbreken en gewoon te doen wat hij wil doen: zijn isolement voortzetten en alleen voortleven. Dit houdt in dat hij verder alleen zal leven met weinig contact met anderen.
Titelverklaring:
Maarten zijn moeder is ziek en heeft niet lang meer te leven. Net voordat zijn moeder zal overleden, ziet hij een vlucht regenwulpen voorbij vliegen. Regenwulpen zijn vogels die erg zeldzaam zijn. Omdat Maarten zo gek op de natuur is, is hij ook erg gefascineerd door de vogels die hij op dat moment ziet.
Schrijver:
Maarten het Hart werd geboren op 25 november 1944. Hij is gedragspsycholoog en schrijver en studeerde aan de rijksuniversiteit Leiden. Hij heeft enorm veel boeken geschreven waaronder Een vlucht regenwulpen. In 1991 kwam hij bij het boekenbal uit als travestiet en sinds 2004 is hij verkiesbaar bij de partij van de dieren voor de Europese verkiezingen.
Schrijfstijl:
De schrijfstijl van Maarten 't Hart is niet in één zin te omschrijven. Hij weet emoties en ruimtes met heel veel details op een hele mooie manier te omschrijven. Voor deze details zijn wel hele lange zinnen nodig, waar je tegen moet kunnen tijdens het lezen. Het is belangrijk om je aandacht bij het verhaal te houden omdat je anders verdwaalt in de lange zinnen die hij weet te schrijven. Ondanks de enorm lange zinnen, weet Maarten 't Hart zijn teksten wel zo te schrijven dat je gefascineerd door blijft lezen met het verhaal.
Er zijn dus heel veel details in dit verhaal gebruikt die zorgen voor leesvertraging. Over één moment kan een lang stuk tekst geschreven zijn waardoor je op een moment even vast blijft zitten in het verhaal en het moment langer duurt dan het werkelijk zou duren. Dit geeft wel echt vorm aan het verhaal, waardoor de hoeveelheid details niet storend zijn om te lezen.
Toch is de spanning in dit verhaal ver te zoeken. Er is nauwelijks gebruik gemaakt van een spanningsboog, waardoor het verhaal niet als spannend te benoemen is. Je moet ook van de motieven (voornamelijk de natuur en biologie) houden om door dit boek heen te kunnen komen.
Recensies:
-Recensieweb.nl
Maarten ´t Harts roman Een vlucht regenwulpen is in zijn achtenvijftigste druk, is verfilmd en ligt te koop bij elke supermarkt. Het mocht met recht een lacune in mijn algemene ontwikkeling heten dat ik de moderne klassieker nog niet had gelezen, en dat was vooral opmerkelijk omdat ik ander werk van ´t Hart altijd met veel plezier heb gelezen. Zo heeftDe jakobsladder, het prachtige verhaal over een kerkscheuring en de ondergang van een gezin met een zeer orthodoxe vader, mij letterlijk tot tranen geroerd. Optimistisch over al het moois wat me te wachten zou staan, begon ik aan Een vlucht regenwulpen. Het bleek niet helemaal wat ik ervan had gehoopt.
Het verhaal is bekend. Van jongs af aan heeft de hoofdfiguur, de gereformeerd opgevoede Maarten, moeite met het maken van vrienden, terwijl het vinden van een vriendin helemaal moeizaam is, hoewel hij verliefd is op een meisje Martha. Hij ontwikkelt zich tot een briljant bioloog die erin slaagt primitieve levensvormen in het lab te doen ontstaan; dat levert de sociaal nog altijd niet al te handige geleerde internationale erkenning op, en een uitnodiging voor een congres over weefselkweek in de Zwitserse stad Bern. Helaas kan hij de dwanggedachte niet van zich afzetten dat hij nog maar twee weken te leven heeft, en het lijkt er inderdaad even op dat hij zal sterven, als hij tijdens een bergwandeling een flinke valpartij maakt, net nadat hij heeft vastgesteld dat een vrouwelijke collega die hij aantrekkelijk vindt meer geïnteresseerd is in een andere beroepsgenoot. In de daarop volgende nacht heeft Maarten een heftige koortsdroom, waarin hij zijn angsten van zich aflegt – of sterft, dat wordt niet duidelijk.
Hoewel het boek is gepubliceerd in 1978, is het geschreven in het voorjaar en de zomer van 1971. Daarmee is het in feite een jeugdwerk van ´t Hart, maar alle vertrouwde thema’s zijn er al in aanwezig: liefde, natuur, wetenschap, dood en muziek spelen een belangrijke rol, en de hoofdrolspeler lijkt tot in de kleinste details op de helden van latere romans. Zo beschikt Maarten, net als de hoofdrolspeler van De jacobsladder, over enorme kracht. Een vlucht regenwulpen bevat ook prachtige lange beschrijvingen van verliefdheid en weet fenomenaal Maartens onvermogen op te roepen om ongeforceerd contact te maken met iemand van het andere geslacht. En het is vooral vlot geschreven, met een paar geweldige zinnen als ‘De kinderteelt vind toch voornamelijk plaats in flatgebouwen waarin jonge echtparen meestal hoog boven de grond wonen’.
Maar de roman is niet ´t Harts beste werk. Vaak ligt het er allemaal wat te dik bovenop. Zo loopt Maartens angst voor de seksualiteit wel erg opvallend parallel aan zijn successen als celbioloog: iemand die langs geslachtelijke weg geen kinderen zal verwekken, weet in de reageerbuis wél leven tot stand te brengen. Maartens seksuele frustratie wordt geïllustreerd door nog andere weinig verrassende verwijzingen naar steriele vormen van erotiek: er is een verwijzing naar het Oidipouscomplex als de heel jonge Maarten met zijn moeder vader-en-moedertje wil spelen; en alweer wat ouder belandt hij in de rol van voyeur.
Dit laatste wordt ingeleid met een citaat van Simon Vestdijk, bij wie voyeurisme een vaak terugkomend motief is. Dat is niet de enige keer dat de schaduw van de duivelskunstenaar valt over Een vlucht regenwulpen: een boek van Vestdijk uit de schoolbibliotheek speelt bijvoorbeeld ook een rol. Opvallend zijn de parallellen met Terug tot Ina Damman, Vestdijks beroemde verhaal over een jeugdliefde van de sensitieve Anton Wachter. Die wordt door zijn medescholieren gepest met het woord ‘vent’, waarmee hij door zijn vader wordt aangesproken; op soortgelijke wijze wordt de jonge Maarten uitgescholden met ‘generaal’ als een onderwijzer – een soort vaderfiguur – hem zo pleegt te noemen. Elders zegt Maarten: ‘Ik wist nu ook wat ik voor Martha had gevoeld; ook dat was een soort heimwee geweest, een heimwee zonder de mogelijkheid van thuiskomst.’ De gedachte, de toon en het ritme doen enigszins denken aan de beroemde slotzin van Vestdijks Terug tot Ina Damman, dat hij ´trouw zou blijven aan iets dat hij verloren had, – aan iets dat hij nooit had bezeten’. Het is vanzelfsprekend nooit verkeerd de grootmeester na te volgen, maar dit is iets te veel.
Sommige scènes zijn ook wat te expliciet. Een voorbeeld is het bezoek aan de dokter die bij de kleine Maarten de amandelen verwijdert. Zijn moeder heeft hem vooraf niet gezegd wat er gebeuren gaat, en het is de lezer wel duidelijk dat het kind zich in de steek gelaten voelt. De daarop volgende passage, waarin Maarten opsomt hoe voorbeeldig hij zich heeft gedragen en dat het oneerlijk was dat zijn moeder toeliet dat hij met een gloeiende tang werd bestraft, is volkomen overbodig.
Dit alles wil niet zeggen dat het een slecht boek is, maar wel dat ´t Hart, toen hij in 1971 Een vlucht regenwulpen schreef, nog niet de schrijver was die hij zou worden. De latere ´t Hart komt los van Vestdijk en durft meer impliciet te laten, erop vertrouwend dat hij zaken voldoende kan suggereren. Als Een vlucht regenwulpen onmiddellijk zou zijn uitgegeven en niet pas zeven jaar later, zou het zijn aangeduid als een ‘veelbelovend debuut’. Er zou nog veel moois volgen.
-Tzum.info
De wil om te leven
Maarten is deskundige op het gebied van de weefselkweek. Een vakgebied met toekomst. Het zal niet lang meer duren of de menselijke soort zal zich klonend in stand kunnen houden. Het is ook een vakgebied dat uitstekend past bij de persoon Maarten: tot dan toe leeft hij solitair en een natuurlijk manier van voortplanting zit er niet. Zijn enige grote liefde, Martha is getrouwd met een ander, en zo blijft alleen het verlangen naar haar over. Een vriendin of vrouw krijgen lukt hem niet. Als hij, eenmaal gevierd wetenschapper geworden, in Zwitserland een substituut zoekt voor zijn enige liefde en een prostituee wil meenemen die op Martha lijkt krijgt hij de kous op z’n kop. Zelfs de hoeren wijzen hem af.
Een vlucht regenwulpen, dit jaar het campagneboek van Nederland Leest is een boek waarin de begrippen isolement en eenzaamheid, het woord wordt een paar keer nadrukkelijk genoemd, in allerlei lagen van het boek van belang zijn. Het isolement begint al letterlijk omdat Maarten, enig kind, met zijn moeder en zijn vader, die een tuinderij heeft, afgelegen wonen. Hij heeft geen kinderen om mee te spelen. Hij brengt zijn dagen door in gezelschap van vogels. Een start in het leven met fatale gevolgen op liefdesgebied.
Als Maarten naar Zwitserland rijdt voor een congres, voert hij een denkbeeldig gesprek met Jakob. Wat deze vriend aan Maarten vertelt, is dus in wezen een zelfanalyse op wetenschappelijke gronden.
Je hebt, al zit je dan niet in het vak zoals ik, ook gehoord over dierproeven met aapjes die ze, helemaal alleen, bij kunstmoeders groot laten worden. Die kunnen later geen contact maken met anderen, geen seksuele relatie aangaan. Hebben ze wel een echte moeder maar geen speelmakkertjes dan wordt het later ook grote ellende. Spelgedrag is net zo belangrijk voor jonge zoogdieren als goede voeding. Jij bent als jong zoogdier helemaal op je eentje groot geworden, geen broers of zusters, geen vriendjes, niks. Daardoor ben je net zo contactgestoord als die aapjes, je kunt geen relaties maken.
Maarten is zich al op jonge leeftijd bewust van zijn solitaire gedrag. Op school neemt hij de werkelijkheid het liefst waar achter glas. Liever kijkt hij naar spelende kinderen op het plein, dan mee te doen met het spel.
Maar omdat ik kijk kan ik er niet spelen. Als ik ‘s morgens over het plein loop, verdubbel ik mijzelf: ik ben immers altijd aanwezig achter de ramen vanwaar ik het plein overzie, ik kan niet op het plein lopen, dan ben ik mijzelf niet, dan loopt er een ander.
Die angst voor een plein blijkt al als hij voor het eerst de vertrouwde omgeving verlaat en met zijn moeder naar de dokter in het dorp gaat om zijn amandelen te laten knippen. Een groot leeg plein waar de schaduw van de kerktoren overheen valt beangstigd hem zo dat hij om die schaduw wil heen lopen. Ik heb daar wel eens een Freudiaanse verklaring over gehoord, maar je zou er ook een eerste weerzin tegen de kerk in kunnen zien. Het pijnlijke knippen van de amandelen is meteen het eerste verraad van de moeder. Zij was er toch om hem te beschermen? Waarom heeft ze dit toegelaten. Het is een voorbode van het verraad van God als de moeder van Maarten keelkanker krijgt en een lijdensweg aflegt voordat ze sterft. Het onrecht dat hij daarover voelt, bevestigt nog een keer zijn ongeloof: een rechtvaardige God had dat niet toegestaan.
Er zit een mooi klassiek uitgewerkt Oedipuscomplex verscholen in Een vlucht regenwulpen. De liefde die hij voelt voor zijn moeder, in een mooie scène waarin ze haar haar borstelt wordt dat nog eens onderstreept, vindt zijn tegenhanger in de relatie met zijn vader. De confrontatie komt naar aanleiding van een geloofskwestie, Maarten wil, om Martha te zien, naar een andere kerk gaan. Op de fiets nog wel. Vader wordt woedend, maar dan worden de rollen omgedraaid.
Hij wilde me slaan maar ik omklemde zijn handen en deed zijn armen omlaag. Zijn gezicht werd donkerrood, hij worstelde om zich te bevrijden uit mijn greep maar al zijn moeite was vergeefs.
Maarten ‘t Hart verweeft de verschillende lijnen over geloof liefde en isolement op een uitstekende manier en het is in retrospectief volstrekt onduidelijk waarom het manuscript van dit boek zeven jaar lang in de la heeft gelegen. De roman wordt ook niet, zoals zijn latere werk, ontsierd door nogal oubollige zinnen. Stilistisch is ‘t Hart in zijn beginjaren op zijn best.
Het boek eindigt met een louterende val van een berg. Als hij, slechts lichtgewond vele meters lager ligt, constateert Maarten opgelucht dat hij niet bang is geweest en dat hij tijdens de val de wil voelde om te overleven. De angst dat hij binnenkort zou overlijden, is niet bewaarheid en er komt een glimp terug van het geloof van zijn moeder. ‘Hier had ik ook bloedend kunnen liggen denk ik. Hij heeft wel toegelaten dat mijn voet wankelde, maar nu doet Hij me dan toch nederliggen in grazige weiden.’ Op de terugweg krijgt hij een openbaring. Nog eenmaal een lang citaat:
Als ik rustig voortloop over de vlakte – het zou een plein kunnen zijn, een groot plein dat niet beangstigend is, en de Oberberghorn zou een toren kunnen zijn, die nu eenmaal als een vinger Gods aan een plein hoort te staan, hoog en schrikwekkend […], is het of ik al mijn angsten en frustraties, al dat onheilspellende gejammer over mijzelf waarover ik niet met anderen praten kan omdat niemand het begrijpt, omdat ze altijd andere problemen hebben, echte problemen zoals huwelijksmoeilijkheden waaruit soms een echtscheiding voortkomt, maar geen pleinvrees, geen dwanggedachten, geen dromen van nooit werkelijkheid wordende liefde, achter mij heb gelaten en of ik daarvoor het besef heb teruggekregen dat ik tenminste iets begrijp van het leven, dat ik het voel tintelen in mijn vingertoppen, dat het een droom is, een verlangen, even immaterieel als het rood van de toppen, even vluchtig als de muziek van Schubert, ongrijpbaar maar echter dan de werkelijkheid.
Misschien is een van de succesfactoren van het boek wel dat de hoofdpersoon, ondanks de voortdurende vrees dat hij snel zou overlijden, ondanks de gedachte aan zelfmoord, als het erop aankomt, het leven toch omarmt.
Mijn recensie:
Een erg mooi boek dat gaat over een jongen met veel fantasie en intresse. Ik kon mezelf er erg goed in vinden.
donderdag 5 maart 2015
Titaantjes

Samenvatting:
Het verhaal gaat over de Titaantjes; Koekebakker, Bekker, Hoyer, Bavink en Ploeger. Ze zijn vaak samen en denken na over het leven, over de rol van God. Ze houden van natuur en vinden de dingen die de meeste mensen als normaal beschouwen, zoals het opgaan van de zon interessant. Waarom gaat de zon dan op, het is ook zo vreemd, de zon is altijd hetzelfde, maar iedere keer anders. Later komen ze tot de conclusie dat het eigenlijk maar saai is, iedere keer herhaalt God hetzelfde, de zon gaat op, de zon valt. De vrienden kunnen zich erg ergeren aan de hogere heren. Het vijftal was altijd van mening, dat de rijke heren, de hoge pieten altijd maar dachten dat ze geslaagd waren in het leven. Maar eigenlijk waren ze dat niet. Ze waren dan wel altijd de baas over de dagindeling van hun werknemers, maar eigenlijk was God de baas. Zoveel betekende die heren nou ook weer niet en als ze niet eens stilstonden bij mooie gedichten of de zon, was je leven dan wel zo geslaagd? Uiteindelijk na al het fantaseren in de natuur, gaat ieder zijn eigen weg. Koekebakker zoekt aan het einde van het verhaal zijn vrienden nog een keer op om te kijken wat er van ze geworden is. Wat er van ze geworden is, zie hoofdpersonen. De vrienden hebben in ieder geval wel afgeleerd om te verlangen naar God. Want uiteindelijk verlang je naar iets, wat er niet is. Je gaat over tot de orde van de dag en het wereldje draait weer verder, dag in, dag uit.
Schrijver:
Nescio is geboren 22 juni 1882 en gestorven op 25 juli 1951 in Amsterdam. Zijn echte naam was Jan Hendrik Frederik Grönloh.
Nescio schreef voornamelijk verhalen. Zijn talent werd niet meteen gewaardeerd. Zo werd het verhaal De uitvreter in 1910 door het tijdschrift Nederland teruggestuurd. In september 1910 stuurde Nescio een uitgebreide versie naar het literaire tijdschrift De Gids. Dit tijdschrift publiceerde het verhaal in januari 1911. Zijn eerste boek, waarin de drie verhalen Dichtertje, De uitvreter en Titaantjes zijn opgenomen, verscheen in 1918 bij de kunsthandelaar J.H. de Bois, uitgever van de "Haarlemsche kunstboekjes".
Recensies:
-Recesieweb.nl
Er is niets controversieels aan het lezen van Nescio in Amsterdam, niet als Lolita in Teheran. J.H.F. Grönloh was Amsterdammer (‘Goddank’) en zijn romans De Uitvreter, Titaantjes en Dichtertje (1911, 1915, 1918) hebben iets onschuldigs. Ze stralen een weldadige weemoed uit, een melancholie die je projecteert op de tijd dat deze boeken spelen. Het is een soort oneindige studententijd, met net genoeg te eten (de twee ons boterhammenworst die Koekebakker in De Uitvreter voor morgen bewaarde, was ‘een rijkdom die ik sedert mijn verjaardag niet gekend had, en dat was maanden geleden’), nachtelijk rondzwerven door stad en land en ellenlange discussies over God en het socialisme. De sobere, spreektaal benaderende stijl, met archaïsmen en verkleinwoorden als in de boekjes die je op de basisschool las sterkt je in die indruk. Als Japi, de uitvreter, Koekebakkers worst ontdekt: ‘“Kerel,” zei i, “weet je dat je worst in huis hebt?” Of ik ’t wist.’
Hoe zat het ook alweer? Je hoeft de beginzinnen maar te citeren voor herkenning. ‘Behalve den man, die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan den uitvreter.’ De Uitvreter, dat is Japi, een vrolijke nietsnut die geïntroduceerd wordt in de kleine vriendenkring die ook in Titaantjes zal terugkomen. Hij leent je editie van Balzac, eet je worst op, ‘een ordinair volksvoedsel’, en drinkt op je kosten. Hij zwerft wat rond, geniet, doet twaalf ambachten, krijgt een vriendin, maar wordt er niet vrolijker op. Uiteindelijk pleegt hij zelfmoord, stapt hij van de Waalbrug.
‘Jongens waren we – maar aardige jongens. Al zeg ik ’t zelf. We zijn nu veel wijzer, stakkerig wijs zijn we, behalve Bavink, die mal geworden is.’ Titaantjes, hemelbestormers waren het, deze jongens, ze werden volwassen, en Koekebakker doet hun verhaal. Van de ‘heele zomernachten’ dat ze ‘tegen ’t hek van ’t Oosterpark stonden te leunen en honderd uit te boomen’. Van lange wandelingen, van discussies waarin niets heel gelaten werd. Zola, ja, Jaap Maris, ja. Ze lazen Dante, Prediker, ’t Hooglied. Ze droomden van een kunstenaarskolonie. En toen kwamen de baantjes, de gezinnen, het verblijf in het buitenland. En Bavink, de schilder, wordt dus mal, snijdt zijn gezicht op Rhenen, zijn magnum opus, in stukken, en belandt in een gesticht. ‘En Koekebakkertje is een wijs en bedaard man geworden. Hij schrijft maar, ontvangt z’n schamel loon en geeft geen ergernis.’
Bij Nescio is het kleine aanleiding tot genoegen, de maaltijd, de wandeling, het gesprek over boeken, en grootse ambities worden gerelativeerd in een sobere stijl. En er mag gelachen worden, ook om fatsoenlijke lui en om God. Dat, en de weemoedige afstand waarvan zijn werk doortrokken is, dat wordt nog eens zwaar ingezet bij Dichtertje. Wel is het het de meest tragische van het drietal.
‘Een groot dichter zijn en dan te vallen’ is niet de beginzin van Dichtertje, maar het vat de plot ervan goed samen. Het dichtertje wordt verliefd, hij trouwt, en dan komt er een dichteresje in zijn leven. Het zusje van zijn vrouw, Dora, wordt verliefd op de oudere, getrouwde dichter, de spanning stijgt traag, en dan komt de ontknoping, als zij bij hem aanklopt:
‘“Ee, wat doe je?” Hij zat heel stil op den rand van ’t bed tusschen zijn knieën door naar ’t kleed te staren. Hij stond op: “Dora.” In dat eene woord was alles en ze hoorde ‘t.
Toen vielen ze samen peilloos diep door ’t licht en ze voelden hun lijven als zingende zonnen.’
Het loopt uiteindelijk niet goed af met het dichtertje; ook hij draait door.
Het is geen glorieuze score: twee gekken en een zelfmoord. Welke weldaad? Hoezo weemoed? Nescio was controversieel, zijn verhalen schenen te ‘choqueren; ze gooien alle conventie over boord en lachen met wat voor velen heilig is’. Dat kun je je in deze tijden niet meer voorstellen. Maar het staat er wel, er is ellende.
Misschien maakt de tragedie de komedie draaglijker, ik weet het niet, misschien is dat wel de kwaliteit van Nescio, dat hij niet terugdeinst voor de lach en de traan, maar het met zijn sobere stijl meteen weer relativeert, een weemoedige, niet-oordelende afstand creëert. Dat is uniek in de Nederlandse literatuur, maar hij had het niet van een vreemde. ‘Is het dan niet goed voor den mens, dat hij ete en drinke, en dat hij zijn ziel het goede doe genieten in zijn arbeid? Ik heb ook gezien, dat zulks van de hand Gods is.’ En in het eerste hoofdstuk van het bijbelboek: ‘Wat voordeel heeft de mens van al zijn arbeid, dien hij arbeidt onder de zon? Het ene geslacht gaat, en het andere geslacht komt; maar de aarde staat in der eeuwigheid. Ook rijst de zon op, en de zon gaat onder, en zij hijgt naar haar plaats, waar zij oprees.’ Nescio las Prediker, wij lezen Nescio.
-NRC
AANRADER: De uitvreter (1911) / Titaantjes (1915) / Dichtertje (1918)
Steevast verzameld in één bundel (meestal met de verwante fragmentenverzameling Mene Tekel, 1935), behoren deze drie novellen tot het mooiste dat de Nederlandse literatuur te bieden heeft. Dat mag al blijken uit de openingszinnen. Zo begint De uitvreter, het verhaal van de non-conformist Japi en zijn kunstenaarsvrienden Bavink en Koekebakker, met de gedenkwaardige mededeling 'Behalve de man, die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan de uitvreter'; terwijl Titaantjes, over vijf wereldverbeteraars die eindigen als burgermannen, inzet met de veelgeciteerde uitspraak 'Jongens waren we -- maar aardige jongens.' De tragisch-ironische kunstenaarsbiografie Dichtertje bewaart de mooiste zinnen dan weer voor het begin van hoofdstuk III: 'Een groot dichter te zijn en dan te vallen. Maar er kwam nooit wat van, want als je een dichtertje bent, dan lopen de mooiste meisjes altijd aan de overkant van de gracht.' Het oeuvre van Nescio is een schatkamer vol prozaparels en -juwelen, maar het is meer dan dat. De uitvreter is zowel een melancholieke afrekening met het ongebonden leven als een ode aan de natuur, van het Veerse Meer tot de Nijmeegse Waalbrug; Titaantjes en Dichtertje zijn te lezen als nostalgische analyses van jeugdig idealisme én als een zoektocht naar God en het doel van het leven. Overigens zijn ook de slotzinnen van Nescio niet mis. Wat te denken van: 'Zij die God werkelijk lief heeft boven allen, moeten de last daarvan dragen tot het einde' (Dichtertje)? Of, nog mooier, de wijze les aan het eind van Titaantjes? 'En zo gaat alles z'n gangetje, en wee hem die vraagt: ''Waarom?'''
Mijn recensie:
Een mooi boek dat gaat over mensen die goed met elkaar kunnen opschieten en met elkaar praten over de simpele dingen uit het leven. Ook gaat het over de idealen van ze en wat er allemaal van terecht komt. Het zijn eigenlijk best simpele mensen en zo heeft Nescio het ook bedoeld. Een mooi boek waarvan ik heb kunnen genieten ook al was het niet echt een boek dat ik uit mezelf zou gaan lezen.
zondag 25 mei 2014
De zwarte man met het witte hart
Samenvatting:
In 1900 woont Raden Aquasi, een prins, op Java en hij kijkt terug naar zijn verleden. Kwasi en Kwame waren prinsen van het Ashantese rijk en leefde daar tot de koning van Ashanti de Nederlanders aanbood om hun op te voeden zodat zij de band tussen de twee landen konden verbeteren. De twee jongens reizen af naar Nederland waren ze studie krijgen aangeboden op een kostschool in Delft. Quame gaat na de schooling in het leger en pleegt zelfmoord. En Aquasi vertrek naar Java waar hij ongellukig leeft. De Nederlander die ze meenam uit Afrika heeft spijt van zijn besluit.
Kaft:


Dit zijn de voor- en achterkant door mijzelf ontworpen. Ik hoop dat het mooi was want het kostte behoorlijk veel moeite om het erop te krijgen.
Uitleg over de stijl:
Het boek word verteld vanuit het perspectief van Aquasi (Kwasi). Het is alsof hij als de oude man die hij is in 1900 het verhaal aan jou verteld. Een soort alwetende verteller dus. Hij geeft wel vaak punten uit het perspectief dat hij op dat moment heeft gezien. Het verhaal speelt zich daarom ook altijd rond hem af. Hij is er altijd deel van of kijkt ernaar. Soms zijn er dan tussen het verhaal door ook momenten dat hij als een oude man op java leeft en dit moet de tegenwoordige tijd voorstellen terwijl de rest zijn herrineringen zijn. Het verhaal speelt zich dus af rondom Kwasi, gaat om Kwasi en word verteld door Kwasi. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld de dingen die gebeuren op de kostschool. Hij leert hier boksen en krijgt hier kritiek op van Kwame. Ik vind het op zich wel wat hebben omdat het je echt kan meetrekken in het verhaal.
Mail/Brief aan hoofdpersoon:
Beste Kwasi,
Ik heb jou verhaal gevolgd en met je meegeleefd. Het heeft natuurlijk wel een aantal vragen bij mij naar boven gebracht. Waarom pleegde Kwame zelfmoord? En waarom liet u Cornelius niet meerijden in de koets van Van Drunen? U het toch kunnen aandringen bij Van Drunen om hem toch mee te kunnen nemen? Is dit niet waarom hij u later niet wilde promoveren op Java? Dit zijn terecht vragen die toch bij mij zijn blijven hangen na het te weten komen van uw levensverhaal. Maar dan is er nog een belangrijke vraag. Hoe kon u het volhouden? Het gedrag van Verheeck. Dat u telkens ''Ik ben een vieze vuile zwartjakker'' tegenover u klasgenoten moest zeggen. Het feit dat mensen u bleven nakijken. Zelfs de mensen die zichzelf schminkten als zwarte piet keken u raar aan, terwijl zij met al die make-up op hun gezicht zaten. Het maakt toch allemaal niet uit. ''Kleur krijg je niet zelf, maar van anderen.''. Goed gezegd.
In 1900 woont Raden Aquasi, een prins, op Java en hij kijkt terug naar zijn verleden. Kwasi en Kwame waren prinsen van het Ashantese rijk en leefde daar tot de koning van Ashanti de Nederlanders aanbood om hun op te voeden zodat zij de band tussen de twee landen konden verbeteren. De twee jongens reizen af naar Nederland waren ze studie krijgen aangeboden op een kostschool in Delft. Quame gaat na de schooling in het leger en pleegt zelfmoord. En Aquasi vertrek naar Java waar hij ongellukig leeft. De Nederlander die ze meenam uit Afrika heeft spijt van zijn besluit.
Kaft:


Dit zijn de voor- en achterkant door mijzelf ontworpen. Ik hoop dat het mooi was want het kostte behoorlijk veel moeite om het erop te krijgen.
Uitleg over de stijl:
Het boek word verteld vanuit het perspectief van Aquasi (Kwasi). Het is alsof hij als de oude man die hij is in 1900 het verhaal aan jou verteld. Een soort alwetende verteller dus. Hij geeft wel vaak punten uit het perspectief dat hij op dat moment heeft gezien. Het verhaal speelt zich daarom ook altijd rond hem af. Hij is er altijd deel van of kijkt ernaar. Soms zijn er dan tussen het verhaal door ook momenten dat hij als een oude man op java leeft en dit moet de tegenwoordige tijd voorstellen terwijl de rest zijn herrineringen zijn. Het verhaal speelt zich dus af rondom Kwasi, gaat om Kwasi en word verteld door Kwasi. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld de dingen die gebeuren op de kostschool. Hij leert hier boksen en krijgt hier kritiek op van Kwame. Ik vind het op zich wel wat hebben omdat het je echt kan meetrekken in het verhaal.
Mail/Brief aan hoofdpersoon:
Beste Kwasi,
Ik heb jou verhaal gevolgd en met je meegeleefd. Het heeft natuurlijk wel een aantal vragen bij mij naar boven gebracht. Waarom pleegde Kwame zelfmoord? En waarom liet u Cornelius niet meerijden in de koets van Van Drunen? U het toch kunnen aandringen bij Van Drunen om hem toch mee te kunnen nemen? Is dit niet waarom hij u later niet wilde promoveren op Java? Dit zijn terecht vragen die toch bij mij zijn blijven hangen na het te weten komen van uw levensverhaal. Maar dan is er nog een belangrijke vraag. Hoe kon u het volhouden? Het gedrag van Verheeck. Dat u telkens ''Ik ben een vieze vuile zwartjakker'' tegenover u klasgenoten moest zeggen. Het feit dat mensen u bleven nakijken. Zelfs de mensen die zichzelf schminkten als zwarte piet keken u raar aan, terwijl zij met al die make-up op hun gezicht zaten. Het maakt toch allemaal niet uit. ''Kleur krijg je niet zelf, maar van anderen.''. Goed gezegd.
donderdag 13 maart 2014
Redder van Afrika
De Auteur
De auteur van het boek ''De redder van Afrika is Guus Kuijer. Ik had niet echt verwachtingen van zijn schijfkunsten, want ik kende hem en zijn boeken tot kort geleden nog niet. Ja ze zijn wel uitgekomen omdat het boek beter was dan ik had verwacht. Ik vond het namelijk een goed bedacht plot en vond het leuk om te blijven lezen.
Guus Kuijer is twee keer blijven zitten tijdens zijn opleidingen. Hierdoor kwam hij in een internaat terecht en dit zou bekend worden als de meest verschrikkelijke tijd van zijn leven. Hij heeft daarna een opleiding gedaan tot leraar. Van 1967 tot 1973 was hij leraar. In deze tijd heeft hij twee boeken geschreven. Het boek ''Rose, met vrome wimpers'' en het boek ''Het dochtertje van de wasvrouw.''. Na 1973 is hij compleet overgegaan tot het schrijven van boeken. In 1975 schreef hij zijn eerste kinderboek.
Voor meer informatie over Guus Kuijer kun je natuurlijk kijken op zijn Wikipedia pagina:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Guus_Kuijer
Ik weet niet precies wat het verband is tussen Guus en het boek ''De redder van Afrika''. Misschien was het een groot geschiedenis liefhebber, of vol van fantasie of een van de andere redenen waarom je een boek zou schrijven. Je hebt een idee bedacht op een bepaalde manier en dat ga je uitwerken.
Een verband wat ik zie tussen Guus en Jacobus Capitein is de slordige opleiding. Jacobus deed een opleiding waarbij hij op een begeven moment de slavernij moest beschermen. Dit moet een verschrikking misschien zijn geweest en dit zorgde misschien voor het latere Dilemma waarbij hij niet meer zeker was of hij bij de Nederlanders of bij de Afrikaners hoorde. Guus zelf had ook problemen met zijn opleiding, hij was namelijk twee keer blijven zitten waardoor hij naar een internaat moest.
Thematiek
In het boek komen niet echt actuele onderwerpen aan het bod. Een moreel dilemma is er wel en dat is dat van de slavernij. Jacobus die een slaaf is moet toegeven dat hij voor de slavernij is en dat ook al worden slaven bekeerd dat ze dan nog niet vrij zijn. Slavernij was vroeger natuurlijk een grote politieke kwestie die pas later in de 19de eeuw werd afgerond.
Slavernij kan natuurlijk echt niet. Ieder mens heeft volgens mij het recht om over zijn eigen bestaan te kunnen beslissen zonder dat daar hulp van anderen bij nodig is. Ik ben gewoon net zoals de meeste mensen fel tegen slavernij omdat het tegen de kenmerken van vrijheid in gaat. Ook vind ik dat er slecht met ze word om gegaan en dat hun rechten ernstig worden beperkt. Dat gebeurt natuurlijk nog steeds wel is, maar vaak alleen in het illegale circuit. De mensen kunnen niet uit de slavernij ontsnappen, omdat ze als eigendom werden gezien en niet als persoon die je in dienst neemt. Er zijn gewoon te veel argumenten te noemen waarom et slecht is. Ik ben dus blij dat we inmiddels in een tijdperk leven waar de meeste brute en gestoorde ideeën van de mensen niet of bijna niet meer voorkomen.
Stijl
Het boek is geschreven in brief vorm. Alles speelt zich af in de gedachten van Jacobus en het lijkt wel alsof het later door hem zelf is opgeschreven. Wat hij ziet en doet is dus ook waar het verhaal zich afspeelt in de verleden tijd. Het is een mooie en goede stijl omdat je je hiermee goed kunt inleven in de rol van de hoofdpersoon en de schrijver je makkelijk een mening kan meegeven over bepaalde personages.
Fantasie en creativiteit
Het is heel moeilijk om suggesties te geven voor een boek dat je eigenlijk al heel leuk vind. De loop en de lengte van het verhaal waren goed genoeg om het te begrijpen en niet te lang. er was wel de nodige achtergrond informatie, maar dit had wel wat beter gedaan kunnen worden. Ook vond ik het moeilijk om te begrijpen dat een Afrikaanse jongen dan zo gaat denken over zijn eigen volk alsof hij een van de Europeanen is.
Herschreven einde
Hij keek de mannen woedend aan en liep uit het kasteel. Hij liep richting het strand. ''Mijn woede was groter dan ooit. Mijn dilemma was te ernstig voor mij. Hoe kan ik zo nog gelukkig leven. Ik had voor mijn gevoel geen keuze meer. Ik liep vanaf het strand de zee in en was van plan om niet meer terug te komen.'' Ik was zo verdrietig over hoe het allemaal was gegaan. Ik was niet meer de persoon die ik was bij mijn geboorte. De golven kwamen al tegen mijn buik. Het werd steeds dieper en ik kon al gauw niet meer staan. ik zag grote schaduwen in het water, maar wat het was zag ik niet. De golven sloegen in mijn gezicht en ik hapte per ongeluk een mond vol zout water binnen en probeerde het uit te spugen. Alles werd wat waziger en ik kon mezelf niet meer boven houden. Achter mij hoorde ik geschreeuw. Een klein bootje met een licht aan. Ze haalde me binnen en probeerde mij wakker te houden. Ik deed mijn ogen open. ''Gaat alles goed?''. ''Natuurlijk'' zei ik zonder te aarzelen. De man die duidelijk Hollands was keek me aan. Je bent een neger, maar voor een neger wel je wel erg op een Hollander. Dit was iets dat ik nog nooit had gehoord. Hij zag mijn dus als een gelijke zelfs al was ik zwart. Ik glimlachte naar hem. Er kwam op dat moment een enorme golf tegen de boot en de man viel eruit. De haaien zwommen om de boot en zagen er angstaanjagend uit. ''Ik kan nu bewijzen dat ook al ben ik zwart een liefhebbend mens ben''. Ik sprong overboord. De man kon nauwelijks zwemmen. ik pakte hem vast en probeerde bij de boot te komen. De stroming was sterk en de boot lag op een paar meter afstand. De haaien bleven op afstand en dat was handig. Het duurde voor mijn gevoel jaren voordat ik de boot bereikt had. Ik hielp de man om aan boord te komen. Ineens voelde ik een snijdende pijn in mijn been. Ik gilde het uit van de pijn. Mijn been werd onder mij in het water aan flarden getrokken. Ik werd meegetrokken naar dieper water. De pijn verdoofde mijn gedachten en het monster dat onder water zat nam mij mee naar dieper water. Ik blies op dat moment mijn laatste adem uit en werd meegevoerd de diepte in.
De auteur van het boek ''De redder van Afrika is Guus Kuijer. Ik had niet echt verwachtingen van zijn schijfkunsten, want ik kende hem en zijn boeken tot kort geleden nog niet. Ja ze zijn wel uitgekomen omdat het boek beter was dan ik had verwacht. Ik vond het namelijk een goed bedacht plot en vond het leuk om te blijven lezen.
Guus Kuijer is twee keer blijven zitten tijdens zijn opleidingen. Hierdoor kwam hij in een internaat terecht en dit zou bekend worden als de meest verschrikkelijke tijd van zijn leven. Hij heeft daarna een opleiding gedaan tot leraar. Van 1967 tot 1973 was hij leraar. In deze tijd heeft hij twee boeken geschreven. Het boek ''Rose, met vrome wimpers'' en het boek ''Het dochtertje van de wasvrouw.''. Na 1973 is hij compleet overgegaan tot het schrijven van boeken. In 1975 schreef hij zijn eerste kinderboek.
Voor meer informatie over Guus Kuijer kun je natuurlijk kijken op zijn Wikipedia pagina:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Guus_Kuijer
Ik weet niet precies wat het verband is tussen Guus en het boek ''De redder van Afrika''. Misschien was het een groot geschiedenis liefhebber, of vol van fantasie of een van de andere redenen waarom je een boek zou schrijven. Je hebt een idee bedacht op een bepaalde manier en dat ga je uitwerken.
Een verband wat ik zie tussen Guus en Jacobus Capitein is de slordige opleiding. Jacobus deed een opleiding waarbij hij op een begeven moment de slavernij moest beschermen. Dit moet een verschrikking misschien zijn geweest en dit zorgde misschien voor het latere Dilemma waarbij hij niet meer zeker was of hij bij de Nederlanders of bij de Afrikaners hoorde. Guus zelf had ook problemen met zijn opleiding, hij was namelijk twee keer blijven zitten waardoor hij naar een internaat moest.
Thematiek
In het boek komen niet echt actuele onderwerpen aan het bod. Een moreel dilemma is er wel en dat is dat van de slavernij. Jacobus die een slaaf is moet toegeven dat hij voor de slavernij is en dat ook al worden slaven bekeerd dat ze dan nog niet vrij zijn. Slavernij was vroeger natuurlijk een grote politieke kwestie die pas later in de 19de eeuw werd afgerond.
Slavernij kan natuurlijk echt niet. Ieder mens heeft volgens mij het recht om over zijn eigen bestaan te kunnen beslissen zonder dat daar hulp van anderen bij nodig is. Ik ben gewoon net zoals de meeste mensen fel tegen slavernij omdat het tegen de kenmerken van vrijheid in gaat. Ook vind ik dat er slecht met ze word om gegaan en dat hun rechten ernstig worden beperkt. Dat gebeurt natuurlijk nog steeds wel is, maar vaak alleen in het illegale circuit. De mensen kunnen niet uit de slavernij ontsnappen, omdat ze als eigendom werden gezien en niet als persoon die je in dienst neemt. Er zijn gewoon te veel argumenten te noemen waarom et slecht is. Ik ben dus blij dat we inmiddels in een tijdperk leven waar de meeste brute en gestoorde ideeën van de mensen niet of bijna niet meer voorkomen.
Stijl
Het boek is geschreven in brief vorm. Alles speelt zich af in de gedachten van Jacobus en het lijkt wel alsof het later door hem zelf is opgeschreven. Wat hij ziet en doet is dus ook waar het verhaal zich afspeelt in de verleden tijd. Het is een mooie en goede stijl omdat je je hiermee goed kunt inleven in de rol van de hoofdpersoon en de schrijver je makkelijk een mening kan meegeven over bepaalde personages.
Fantasie en creativiteit
Het is heel moeilijk om suggesties te geven voor een boek dat je eigenlijk al heel leuk vind. De loop en de lengte van het verhaal waren goed genoeg om het te begrijpen en niet te lang. er was wel de nodige achtergrond informatie, maar dit had wel wat beter gedaan kunnen worden. Ook vond ik het moeilijk om te begrijpen dat een Afrikaanse jongen dan zo gaat denken over zijn eigen volk alsof hij een van de Europeanen is.
Herschreven einde
Hij keek de mannen woedend aan en liep uit het kasteel. Hij liep richting het strand. ''Mijn woede was groter dan ooit. Mijn dilemma was te ernstig voor mij. Hoe kan ik zo nog gelukkig leven. Ik had voor mijn gevoel geen keuze meer. Ik liep vanaf het strand de zee in en was van plan om niet meer terug te komen.'' Ik was zo verdrietig over hoe het allemaal was gegaan. Ik was niet meer de persoon die ik was bij mijn geboorte. De golven kwamen al tegen mijn buik. Het werd steeds dieper en ik kon al gauw niet meer staan. ik zag grote schaduwen in het water, maar wat het was zag ik niet. De golven sloegen in mijn gezicht en ik hapte per ongeluk een mond vol zout water binnen en probeerde het uit te spugen. Alles werd wat waziger en ik kon mezelf niet meer boven houden. Achter mij hoorde ik geschreeuw. Een klein bootje met een licht aan. Ze haalde me binnen en probeerde mij wakker te houden. Ik deed mijn ogen open. ''Gaat alles goed?''. ''Natuurlijk'' zei ik zonder te aarzelen. De man die duidelijk Hollands was keek me aan. Je bent een neger, maar voor een neger wel je wel erg op een Hollander. Dit was iets dat ik nog nooit had gehoord. Hij zag mijn dus als een gelijke zelfs al was ik zwart. Ik glimlachte naar hem. Er kwam op dat moment een enorme golf tegen de boot en de man viel eruit. De haaien zwommen om de boot en zagen er angstaanjagend uit. ''Ik kan nu bewijzen dat ook al ben ik zwart een liefhebbend mens ben''. Ik sprong overboord. De man kon nauwelijks zwemmen. ik pakte hem vast en probeerde bij de boot te komen. De stroming was sterk en de boot lag op een paar meter afstand. De haaien bleven op afstand en dat was handig. Het duurde voor mijn gevoel jaren voordat ik de boot bereikt had. Ik hielp de man om aan boord te komen. Ineens voelde ik een snijdende pijn in mijn been. Ik gilde het uit van de pijn. Mijn been werd onder mij in het water aan flarden getrokken. Ik werd meegetrokken naar dieper water. De pijn verdoofde mijn gedachten en het monster dat onder water zat nam mij mee naar dieper water. Ik blies op dat moment mijn laatste adem uit en werd meegevoerd de diepte in.
Voordat ik dit boek lees
Het boek dat ik ga lezen heet ''De redder van Afrika''.
Het is geschreven door Guus Kuijer en heeft iets te maken met Afrika. Ik heb dus nog geen flauw idee waar het over gaat. Op de voorkant van het boek staan een getinte man en vrouw. De man lijkt een beetje op een advocaat in zijn pak. k geloof dat het misschien iets met geschiedenis te maken heeft. Misschien heeft het iets te maken met slavernij. Nu moet ik dus dit boek gaan lezen en daarna zal ik er opdrachten over moeten maken.
Het is geschreven door Guus Kuijer en heeft iets te maken met Afrika. Ik heb dus nog geen flauw idee waar het over gaat. Op de voorkant van het boek staan een getinte man en vrouw. De man lijkt een beetje op een advocaat in zijn pak. k geloof dat het misschien iets met geschiedenis te maken heeft. Misschien heeft het iets te maken met slavernij. Nu moet ik dus dit boek gaan lezen en daarna zal ik er opdrachten over moeten maken.
Abonneren op:
Posts (Atom)

